Beoordelen van EU beleid over invasieve exoten

Met ‘exoten’ worden dieren, planten en andere soorten bedoeld die niet van nature in een bepaald gebied voorkomen maar die daar terecht zijn gekomen door menselijk toedoen. In een globaliserende wereld kunnen soorten ergens belanden waar ze normaal niet leven, bijvoorbeeld door transport via vliegtuigen, auto’s of schepen. Ze kunnen er ook met opzet gebracht worden, door handel in soorten gevolgd door – onbedoeld of opzettelijk – loslaten in het wild. De meeste van deze soorten zijn onschadelijk en passen binnen de bestaande biodiversiteit.

 

Sommige exoten echter vinden in hun nieuwe omgeving de perfecte omstandigheden om zich snel en massaal te verspreiden. Dit kan problemen veroorzaken voor de economie, bijvoorbeeld als waterplanten zoals de Grote waterranonkel vaarwegen blokkeren. Of voor de maatschappij, denk aan soorten die ziekten overdragen of allergeen zijn, zoals de Alsemambrosia. Ze kunnen ook schade berokkenen aan de biodiversiteit, als soorten ruimte innemen en concurreren voor hulpbronnen of simpelweg de inheemse soorten opeten en hen uiteindelijk lokaal uitroeien, wat Zwarte ratten bijvoorbeeld doen op kleine eilanden. Deze soorten worden invasieve exoten genoemd.

 

De impact van invasieve exoten op de biodiversiteit is in de voorbije decennia een van de grootste redenen geworden van de mondiale achteruitgang van biodiversiteit. Daarom wordt er beleid ontwikkeld om te proberen de verspreiding van invasieve exoten te stoppen. Ook de Europese Unie (EU) heeft dergelijk beleid ontwikkeld door in 2014 de EU Verordening betreffende Invasieve Uitheemse Soorten uit te vaardigen. Deze Verordening heeft als doel om de negatieve impact van invasieve exoten op biodiversiteit in de EU te voorkomen, minimaliseren, of verzachten.

 

Als onderdeel van dit beleid zijn de meest schadelijke invasieve exoten opgenomen in de ‘Unielijst’, een lijst van soorten waarvoor EU lidstaten specifieke verantwoordelijkheid dragen om te helpen het doel van de EU Verordening te bereiken. Deze lidstaten moeten ook rapporteren over hun acties en effectiviteit, voor het eerst in 2019.

 

Ter ondersteuning van de Verordening en het rapportageproces heeft het Europees Milieuagentschap, samen met het Directoraat-Generaal voor Milieu van de Europese Commissie, een internationaal projectteam gevraagd om de effectiviteit van de Verordening te beoordelen, gebaseerd op de informatie die beschikbaar komt door de rapportages. Dit zal informatie geven over de voortgang in het behalen van het doel uit de EU biodiversiteitsstrategie om prioritaire invasieve exoten onder controle te krijgen en uit te roeien. Het zal ook aangeven hoe de Verordening kan helpen om de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn te behalen.

 

Delbaere Consulting is deel van het team, dat geleid wordt door Wageningen Environmental Research, en zal een beoordelingskader opstellen, presentatiemogelijkheden voorstellen (bijvoorbeeld door indicatoren), en een methode aanbevelen om de gegevensverzameling uit deze Verordening af te stemmen met die van ander EU natuur- en milieubeleid.